Peter is een prominent Veiligheidskundige. Hij is de derde, na Laura Brugmans en Karien van der Loo die de Laura Brugmans Award van ons in ontvangst mocht nemen.
Hij wilde deze jubileum bijeenkomst bijwonen maar kreeg ook hoog bezoek uit Den Haag bij de Nederlandse Spoorwegen waarbij hij geacht werd aanwezig te zijn.
Peter heeft mij gevraagd zijn toespraak voor u uit te spreken en die op onze website te publiceren. Ik voel me vereerd dat te mogen doen.
Door Peter Booster Veiligheidsdeskundige en kaderlid FNV.
Een pleidooi aan de politiek om Arbeidsveiligheid serieus te nemen. Geen enkel partijprogramma benoemde het. Dat is toch onbegrijpelijk?
Wie in Nederland hard roept dat veiligheid topprioriteit heeft, bedoelt zelden de veiligheid waar je dagelijks in de fabriekshal, in een cabine, op een bouwsteiger of in een machinekamer mee te maken hebt.
In praatprogramma’s en verkiezingsdebatten gaat veiligheid vooral over criminaliteit, dreiging, grensbewaking, cyberaanvallen of politiecapaciteit. Allemaal zichtbaar, herkenbaar en mediageniek. Daar kun je je mee profileren.
Wat volledig achterblijft is het soort veiligheid van mensen die simpelweg hun boterham proberen te verdienen. Arbeidsveiligheid. De mensen van wie de samenleving beweert dat ze de motor vormen van de economie, maar die na werktijd niet in beeld komen omdat hun letsel gebeurde waar geen camera stond. Terwijl hier ieder jaar meer slachtoffers vallen dan door geweldsdelicten of verkeersdoden bij elkaar. Het gebeurt alleen stil, verspreid en zonder breaking news. En dus telt het nauwelijks mee.
Het wrange is dat Nederland massaal verontwaardigd zou reageren als zestig tot zeventig mensen zouden omkomen door een reeks aanslagen. Het land zou wekenlang op slot gaan. Er volgen spoeddebatten, nieuwe wetten worden gemaakt, extra noodplannen, vragenrondes met elke minister die ook maar in de buurt van het dossier zit. Maar wanneer precies datzelfde aantal doden valt door arbeidsongevallen, elk jaar weer, vaak met zwaar letsel voor nog eens duizenden anderen, blijft het stil. Doodstil.
Eén dode op straat is een drama, een dode achter een bedrijfshek is statistiek.
De electorale relevantie is veel groter dan Den Haag vermoedt. Wie denkt dat arbeidsveiligheid een randonderwerp is, kijkt naar nieuwswaarde en niet naar aantallen. Ruim tweehonderdduizend arbeidsongevallen per jaar, duizenden zware letsels, amputaties, blijvend letsel, blijvende arbeidsongeschiktheid. En dagelijks mensen die overlijden aan beroepsziekten na blootstelling aan kankerverwekkende stoffen die ze vaak niet eens zagen of roken.
Dit zijn geen incidenten maar structurele gevolgen van hoe werk georganiseerd is.
Het gaat om de bouw, logistiek, vervoer, zorg, techniek, havens, industrie en onderhoudsbedrijven. Juist dáár werkt de groep Nederlanders die politici graag “de ruggengraat van het land” noemen. Maar zodra deze ruggengraat letsel oploopt, is hij stil en politiek ongemerkt.
Arbeidsveiligheid is daarmee het meest onderschatte sociale thema van dit moment. Het draait niet om systemen maar om waardigheid: kan iemand heel en gezond thuiskomen na zijn dienst?
Als de politiek werkelijk begaan is met bestaanszekerheid, waarom telt de fysieke én mentale veiligheid van de werkende mens dan niet gewoon als kernpunt?
Bestaanszekerheid zonder veiligheid is uiterlijk vertoon.
Het zijn de mensen met uitvoerend werk die de rekening betalen wanneer veiligheid uit beeld verdwijnt. En de enige reden dat het kan verdwijnen, is dat het onderwerp geen podium heeft.
De afstand tussen Haagse thema’s en werkvloerwerkelijkheid is inmiddels zo groot dat het nauwelijks nog in elkaar past. Veiligheid wordt steeds vaker bekeken via spreadsheets, rapportages en compliance. Maar een spreadsheet revalideert niet. In de Kamer ziet men regels, niet de gezichten. Men hoort een rapport, geen verhaal. Politiek is verslaafd geraakt aan zichtbaarheid: aan risico’s die in talkshows passen. Arbeidsveiligheid past daar niet in, omdat het niet spectaculair genoeg is en niet goed werkt voor dertig seconden soundbite.
Arbeidsongevallen hoort men niet en ziet men niet.
Die blindheid heeft een structureel karakter. Ze komen nooit meer thuis of herstellen thuis, verdwijnen uit beeld, raken soms zelfs uit het arbeidsproces fysiek of psychologisch (burnout) gewond en worden zo letterlijk onzichtbaar. En hierdoor is alles precies omgekeerd geraakt: de grootste aantallen slachtoffers bevinden zich op het terrein dat in de publieke opinie het minst wordt aangemerkt. Het tragische is dat deze blinde vlek niet uit onwil ontstaat, maar uit afstand. Politici komen simpelweg niet in de realiteit van risico, behalve wanneer een ramp zo groot is dat ze deze niet langer kunnen negeren. Tot dat moment functioneert arbeidsveiligheid als een ondergrondse werkelijkheid waar de politiek niet op toetst. Pas wanneer het misgaat op een schaal die zich niet meer laat wegduwen, dringt het door dat preventie geen bevoegdheid is maar een plicht.
Arbeidsveiligheid wordt pas politiek nadat het te laat is. En zolang niemand er een politiek voordeel in ziet om het wél te agenderen. Zo ontstaat een vorm van normalisering: niet omdat iemand vindt dat dit acceptabel is, maar omdat niemand het op de agenda haalt.
Het is tijd om die stilte te doorbreken. Arbeid mag nooit de prijs zijn die iemand met zijn gezondheid betaalt. Een samenleving die het leven van werkenden serieus neemt, benoemt de risico’s waar zij dagelijks doorheen bewegen. De werkelijkheid van werk is niet minder waard dan de werkelijkheid van openbare orde. Wie veiligheid zegt, moet ook durven bedoelen wáár mensen werkelijk gewond raken.
Wie zwijgt, stemt ermee in. Waar stopt het stilzwijgen? De stilte is oorverdovend!
Dit jubileum laat ik graag gepaard gaan met een oproep aan de politiek om Arbeidsveiligheid op de politieke agenda te zetten.
